Non-fictieRecensies

Why I’m No Longer Talking to White People About Race – Reni Eddo-Lodge3 min leestijd

Lucia van den Brink48 views

‘Mogen we dan helemaal niks meer? Geen zwarte pieten, geen negerzoenen, en nu wordt de Eftelingattractie aangepast?’ 

Zelf had ik dit jaar ook nog in de Carnival Festival-attractie gezeten, waarin alleen bij het continent Afrika zwarte poppen stonden, die als wilden werden afgeschilderd met… als toppunt: witte opzichters ernaast. En bovenstaande reactie las ik erover op Facebook, geschreven door een blanke vrouw van ongeveer veertig. ‘White victimhood’ legt Eddo-Lodge uit in haar boek aan de hand van een studie. 

This was about what academics Alana Lentin and Gavin Titley call ‘white victimhood: and effort by the powers that be to divert conversations about the effects of structural racism in order to shield whiteness from much-needed rigorous critism.

Eddo-Lodge schetst het racistische systeem en neemt bijvoorbeeld ook positieve discriminatie onder de loep. Vaak resulteert een discussie hierover in de vraag of niet ‘de beste’ de rol moet krijgen, maar dat betekent in de praktijk (Eddo-Lodge presenteert hierover data): de blanke man.

Our black man can try his hardest, but he is essentially playing a rigged game. He may be told by his parents and peers that if he works hard enough, he can overcome anything. But the evidence shows that that is not true, and that those who do are exceptional to be succeeding in an environment that is set up for them to fail.

[…]

Do quotas mean that women and people of color are receiving special treatment, getting leg-ups others can’t acess? Surely we should be judging candidates on merit alone? The underlying assumptions to all opposition to positive discrimination is that it Just Isn’t Fair Play. […] as if whiteness isn’t it’s own leg-up.

Een schokkend voorbeeld hiervan vond Eddo-Lodge in het Britse rechtsysteem:

Although it was established in 1785, the High Court only welcomed it’s first black judge, dame Linda Dobbs, in 2004.

Holy fuck: 2004!

Het boek is overduidelijk niet geschreven voor blanke mensen, het is geen sympathiek pleidooi over wat er misgaat, het zijn keiharde feiten. Daardoor leest het niet altijd even makkelijk, maar dat is ook het doel van het boek niet.

Een andere eye-opener voor mij was dat blanke kinderen vaak geleerd worden om geen ras te zien, om er niets over te zeggen en het een soort van olifant in de kamer te laten. Daardoor wordt ras onbespreekbaar.

White children are taught not to ‘see’ race, whereas children of color are taught – often with no explanation at all – that we must work twice as hard as our white counterparts if we wish to succeed

In het derde hoofdstuk opent Eddo-Lodge met een anekdote die zo sterk is dat ik vond dat ze er het boek mee had moeten openen:

When I was four, I asked my mum when I would turn white, because all the good people on tv were white, and all the villians were black and brown. I considered myself a good person, so I thought that I would turn white eventually.

Na het lezen hiervan, moest ik het boek even wegleggen om na te denken. De volgende dag merkte ik hoe moe ik was van witheid. Moe van alle witte mensen op tv, in films, boeken en op kantoor. Moe van dezelfde discussies van witte mensen over blanke vla en zwarte pieten. Alleen nu, dankzij dit boek, kan ik er wat zinnigs over zeggen (hoop ik).

Lucia van den Brink
Leest, schrijft en bewondert. Werkt aan een debuutroman voor Uitgeverij Ambo|Anthos. Genomineerd voor ECI Debutantenprijs. Publiceerde bij Extaze, De Revisor en De Optimist. Heeft een website. Doet soms aan Spoken Word. Doet altijd aan karate.

Laat een reactie achter